Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mende met art. 1961 B. W.) een amendement het gewenschte principe brengen en de oplossing, waai toe ook Faure1) komt: eenvoudig, in ieder concreet geval vragen, wat tengevolge van de over en weer gevoerde beweringen van partijen nog betwist is gebleven, en alleen hierover de bewijsvoering laten loopen.

Dat men aan de feitelijke bewering een juridische vastknoopt is nog te rechtvaardigen; meer stof tot nadenken geeft het evenwel, dat men mag vereenigen meerdere onvereenigbare, feitelijke posita. In de Rules is dit niet verboden, en de praktijk neemt aan, dat het mogelijk is. Om een eenvoudig voorbeeld te geven: gedaagde antwoordt op eischers conclusie van eisch. „De geldleenitig waarop gij u beroept, is er nooit geweest; mocht dit onwaar blijken, dan beroep ik mij op betaling". In dit geval blijft de bewijslast van de geldleening op eischer rusten. Slaagt hij in het bewijs daarvan, dan wordt aan gedaagde nog veroorloofd om betaling te bewijzen. Laat men dit samengaan van ontkenning en toevoeging vrij, dan kan men, wat het bewijs betreft, natuurlijk ingewikkelde toestanden krijgen. Nemen wij een geval van beleediging. Hiertegenover stelt gedaagde „privilege", waarop het antwoord is „malice", steeds onder ontkenning in de eerste plaats, en subsidiair bijvoeging van het nieuwe feit 2). De tweeslachtigheid behoeft niet steeds pas

i) Blz. 203.

*) In zake beleediging maken de Engelsche juristen onderscheid tusschen .libel" en „slander", schriftelijke tegenover mondelinge beleediging. In den regel zijn echter op beide dezelfde regels toepasselijk. In zijn definitie van libel zegt Indermaur (Principles of the common law. blz. 384) het volgende : „Libel may be defined

Sluiten