Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het antwoord voor te komen, maar kar» reeds in de conclusie van eisch aanleiding geven tot het ontstaan van meerdere issues. Zoo kan iemand, ter verkrijging van een stuk land. stellen te zijn de ,,resi-

as a tortious act consisting in the malicious defamation of another, made public by writing, printings, or effigy, in such a manner as to exposé him to public hatred, contempt, ridicule, reproach or ignominy". Aangaande „malicious" verklaart Indermaurop blz. 389; Malice is properly said to be an essential of libel, but it is inferred, and need not be proved, for where words have been uttered or a libel published of the plaintiff, bij which actual or presumptive damage has been occasioned, the malice ol the defendant is a mere inference of the law from the very act : for the defendant must be presumed to have intended that which is the natural consequence of his act".

Er bestaan eenige goede antwoorden op de aantijging van „libel" of „slander". In de eerste plaats, „truth", de waarheid van het in de beleediging ten laste gelegde. In de tweede plaats, „privilege": „Privileged communication may be detined as a communication which on its face would be defamatory and actionable, but is prevented from being so by reason of circumstances rebutting the existence of malice. It exists where any person having an interest to protect, or a legal, moral or social duty to perform, makes a communication in protection of his interest or in performance of his duty, to another person having a corresponding interest or duty to receive the same. Here, although the communication may contain matter that would ordinarily be actionable, yet it is not actionable it the communication is fairlv and honestly made in bona fide belief of its truth, and without any gross exaggeration". Aldus Indermaur. blz. 389.

Verder dien ik nog te wijzen op het vrijwarende karakter van uitingen en verklaringen van bepaalde personen op bepaalde plaatsen, b.v. van den rechter of advocaat in functie, van den getuige in de „box". Ook waarheidsgetrouwe verslagen van handelingen van het Parlement of van rechtszittingen zijn geprivilegeerd. In tal van gevallen, waar privilege bestaat, wordt echter aan eischer toegestaan te bewijzen, dat gedaagde zijn vrijheid misbruikt heeft, dat er was „actual malice", „malice in fact", dat hij niet handelde om te voldoen aan zijn plichtsbesef, maar gedreven door boosaardigheid. In den regel zal dit alles blijken uit de overdrijving in gedaagdes woorden of uit zijn handelen tegen beter weten in.

Sluiten