Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spronkelijke pleadings niet alles kunnen en behoeven te geven, hier leeren we een instituut kennen, dat, desnoods destructief, tegenover het reeds verschenene te werk gaat. De oorspronkelijke dingtalen zijn geen eindproducten. Het Engelsche procesrecht houdt rekening met mogelijke fouten. Een geringe misslag kan voldoende zijn om het proces te doen verliezen of te noodzaken tot het instellen van een nieuwe vordering of genoegen te moeten nemen met een mindere uitkomst, dan naar billijkheid valt goed te keuren. Welnu, er moet een middel tot herstel zijn. Dit kent men in Engeland reeds.

Hetzelfde leerstuk roerden wij reeds aan naar aanleiding van de dagvaarding. Toen zagen wij, dat de eischer niet streng aan deze gebonden is. Naar aanleiding daarvan wees ik op het feit, dat vrijwel het tegenovergestelde beginsel in ons art. 134. Rv. gehuldigd is.

In de eerste plaats dan heeft eischer ginds te lande de bevoegheid éénmaal zijn conclusie van eisch zonder rechterlijk verlof te verbeteren, mits vóór afloop van den termijn aangewezen voor de repliek, en vóórdat hij zijn repliek heeft overgereikt, en, waar geen conclusie van antwoord is overgeleverd, vóór het verloopen-zijn van vier weken na de verschijning van gedaagde (Order XXVIII. rule 2).

De aanvulling van rule 2 wordt geleverd door rule 1:

„The Court or a judge may at any stage of the proceedings, allow either party to alter or amend his indorsement or pleadings, in such manner and on such terms as may be just, and all such amendments shall be made as may be necessary for the purpose of determining the real questions in controversy between the parties".

Sluiten