Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is echter geheel vrij die beschikking te nemen, welke hij de beste acht. Dit alles krachtens Order XXVII rule 1, het Engelsche analogon van ons art. 75 Rv.f waarin verstek tegen eischer wordt verleend, en gedaagde van de instantie ontslagen.

Omgekeerd, waar gedaagde in gebreke blijft, zijn meerdere gevallen denkbaar. Betreft de eisch alleen een schuld of een geliquideerd bedrag, dan heeft eischer recht op onmiddelijk eindvonnis voor het geeischte bedrag (Order XXVII rule 2). Hetzelfde beginsel is toegepast, waar het geldt de terugvordering van land. Indien echter de vordering is ingesteld wegens de detentie van goederen en geleden schade of een van beide, verkrijgt de eischer slechts interlocutoir vonnis. Hierin bepaalt de rechter de wijze, waarop de waarde van de goederen en van de schade of van een van beide zal worden vastgesteld (Order XXVII. rule 4). Ook verder is dit onderwerp op dezelfde wijze geregeld, als de gevolgen verbonden aan de non-appearance. In 't bizonder wijs ik nog op Order XXVII. rule 11, krachtens welke in eenige Chancery-vorderingen de onbeantwoorde conclusie van eisch aangenomen wordt, zooals zij daar ligt. Deze rule kwam reeds ter sprake naar aanleiding van Order XIII. rule 12, bij de behandeling van de „default of appearance".

Opmerkelijk is Order XXVII. rule 9, welke eischer op dadelijk eind- of interlocutoir vonnis, naar omstandigheden, recht geeft, waar de defence van gedaagde blijkbaar slechts een antwoord op een gedeelte van eischers grond van actie inhoudt, mits het onbeantwoorde deel een bizonderen vorderingsgrond geeft, althans

Sluiten