Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zame Chancery-rechters, de uitzondering op den regel, dat de naam van een getuige geen voorwerp is voor interrogatories. In dezen geest zijn de meeste Engelsche rechteriijke uitspraken, die zich met dit punt bezig hielden. Steeds diende de opgave van naam en adres van zekere personen tot verduidelijking van het ingenomen standpunt, en tot mogelijkmaking voor de tegenpartij van een goede voorbereiding 2).

Waar echter de namen van personen alleen van belang zijn voor het bewijs, behoort naar Engelsch recht afwijkend op het interrogatory, waarvan sprake is, te worden beschikt. Tot bewijs hiervan diene Marshall v. the Metropolitan district Railway Co. Hier was eischers vorderingsgrona deze, dat, terwijl hij bezig was een mand in een van gedaagdes treinen te zetten en daartoe in den

it will compel the party giving them to name his witnesses or otherwise to disclose or give some clue to his evidence. lf the only object of the summons be to obtain particulars of the evidence on the other side, it should of cause be dismissed as an improper application. But where the intormation asked for is clearly necessary to enable the applicant properly to prepare for trial or in other respects the application is a proper one, the information must be given, even though it discloses some portion of the evidence on which the other party proposes to rely at the trial". Hieruit blijkt, dat deze regel evenzeer voor particulars geldt.

«) Ik wil verder ten deze volstaan met een opgave van eenige beslissingen in dezen zin, en de lezers niet vermoeien met een verhaal van de omstandigheden, waaronder zij geveld werden.

Roselle v. Buchanan. 16 Q. B. D. 656.

Marriott v. Chamberlain. 17 Q. B. D. 154.

Dalgleish v. Lowther. (1899) 2 Q. B. D. 590.

Sade v. Jacobs. 3 Exch. D. 356.

Birch v. Mather. 22 Ch. D. 629.

Humphries v. Taylor Drug Co. 39 Ch. D. 693.

Marshall v. Metropolitan District Co. 7 Times Reports 49.

Sluiten