Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou voldoende beantwoording geen onredelijke eisch zijn. Dan zou het ook ten onzent weinig moeite kosten ter openbare terechtzitting, bij de slotbehandeling, dc bewijsbehoevende punten in een minimum van tijd voorop te stellen.

II. In de tweede plaats is het voor partijen van belang te weten, op welke van haar op den trial aangaande zeker point in issue dc bewijslast zal rusten. In mijn oogen is de leer van den bewijslast een van dc lastigste leerstukken van het gansche procesrecht1), een onderwerp, dat zich moeilijk laat vangen in een schema van weinige regels. Het Romeinsche recht stelde den regel op:„Ki incumbit probatio qui dicit, non qui negat". Dcnzelfden regel vinden wij in het Engelschc bewijsrecht. Taylor (The Law of Evidence. 9° dr. 1895. I. blz. 253) drukt hem aldus uit: „the burden of proof lies on the party who substantially asserts the affimative of the issue"-). Hedenken wij hierbij wel, dat „the affimative" ook negatieve feiten kan insluiten8).

') Van het procesrecht en niet van het zgn. materieele recht. De plaatsing van regelen omtrent den bewijslast en zijn verdeeling in het B. W. lijkt mij onjuist, daargelaten de niethode in 't bizonder in het B. G. 15. met vrucht in toepassing gebracht, reeds in het wetboek van het materieele recht de bewijslastverdeeling door den bouw der rechtsvoorschriften aan te geven.

*) Evenzoo liest. Principles of the law of evidence. 9e dr. 1902. blz. 43: „Every controversy ultimately resolves itself into this, that certain facts or propositions are asserted by one of the disputant parties, which are denied or at least not admitted, by the other. Now, where there are no antecedent grounds for supposing that what is asserted by the one party is more probable than what is denied by the other, and the means of proof are equally accessible to both, the party who asserts the fact or proposition must prove his assei tion the burden of proof, or onus probandi, lies upon him..."

') In denzelfden zin liest. blz. 247/248. („one thing must be particularlv attended to) not to confound negative averments,

Sluiten