Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat is het eenvoudigste, het normale geval naar de wet en naar de praktijk ? Zoo blijken al terstond allerlei bepalingen geschikt als tegennorm op te treden ; verjaring, minderjarigheid, dwaling, dwang, bedrog. De bewijslastvcrdceling stel ik mij in korte woorden zóó voor: Aan den cencn kant feiten, welker aanwezigheid vermoed wordt, omdat zij (naar wet of praktijk) in den regel aanwezig zijn, b.v. gezondheid van geest en meerderjarigheid van partijen. Aan den anderen kant feiten, welker afwezigheid vermoed wordt, b.v. betaling, kwijtschelding, voorwaarde, tijdsbepaling, niet instaan voor verborgen gebreken, vreemdelingschap, enz. enz. Hicrtusschenin ligt de stelbare en bewijsbare Mindcstthatbestand1).

Naar Nederlandsch recht wordt de bewijslast geregeld door art. 1902 B. W.: „Een iegelijk die beweerd een recht te hebben of zich op cenig feit tot staving van zijn recht of tot tegenspraak van eens anders recht beroept, moet het bestaan van dat recht of van dat

'). Tot een scheiding der te stellen feiten (in dien zin, dat niet op eischer het bewijs van alle feiten rust, welke zijn vorderingsrecht in het leven geroepen en van alle andere, welke het ontstaan verhinderd of het tenietgaan veroorzaakt hebben) moet het toch komen. Welnu, dan is de theorie van Betzinger c. s. m.i. onze ecnige toevlucht. Een verdeeling der feiten in anderen zin laadt een te zwaren last op de schouders van eischer en is praktisch veel minder bruikbaar. Hovendien voert het aannemen cener andere leer al spoedig tot het trekken van willekeurige grenzen. Men leze hiertoe slechts, hetgeen Betzinger over de geqtialificeerde bekentenis schrijft (2e druk 1904. blz. 98 —134), in zonderheid op blz. 116. Ik geef echter toe, dat de wet niet alles vermag te geven, dat zich in deze materie een zeker gewoonterecht zal moeten vormen, en dat het eenigszins af zal hangen van de beslissing van den rechter, welke in het concrete geval de material facts zijn, en op welke der partijen met betrekking tot ieder material fact de plicht rustte het aan te voeren.

Sluiten