Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewijslast op gedaagde schuift. En helaas, ik moet bekennen, naar geldend recht heeft Mr. van Ossenbruggen gelijk krachtens art. 1961, eerste lid, B. W. De werking van dit wetsvoorschrift is te bejammeren, omdat, bestond het niet, dit geval zoo'n typisch voorbeeld zou zijn van de omwerping van den bewijslast. Dat hier, wetenschappelijk gesproken, de bewijslast zou rusten op den steller van de voorwaarde, wie zou het betwijfelen, want de voorwaarde schept het uitzonderingsvoorschrift tegenover den regel. Het normale geval is de zuivere overeenkomst, vrij van voorwaarden. Hij dus, die de zuivere overeenkomst heeft bewezen, heeft daarmee voldoende feiten aangetoond: „He has made out a prima facie good case". Aan gedaagde de taak, zich op het bestaan van verdere bedingen '), b. v. een voorwaarde, te beroepen. Wetenschappelijk geoordeeld, snijdt de redeneering van Mr. van Ossenbruggen geen hout. De eenheid van overeenkomst en voorwaarde, waarop hij zich beroept, is ook slechts een betrekkelijke. Ik voor mij zie geen verhindering om te splitsen 2).

') Wat betreft den invloed van andere bedingen is opmerkelijk $ 196 Eerste Ontwerp van het B. G. B.: „Wer Rechte aus einem Rechtsgeschafte geltend macht, hat zu beweisen, dasz dasselbe in der von ihm behaupteten Weise zu Stande gekommen ist, auch wenn der Gegner die Errichtung zugesteht, jedoch behauptet dasz das Rechtsgeschaft in anderer weise, insbesondere unter Beitügung einer aufschiebenden oder auflösenden Bedingung oder unter Beifügung eines Anfangstermines oder Endtermines errichtet worden sei".

*) Zie verder aangaande deze beroemde kwestie:

Diephuis. N. B. R. II. blz. 310 e. v.

Faure IV. blz. 25/26.

Opzoomer—Levy. Het B. W. verklaard. XII. blz. 48/49.

Unger. Oesterreichisches Privatrecht. II. § 129. Anm. blz. 572 e. v.

Fitting. Die Grundlagen der Beweislast. 1888. blz. 56.

Betzinger. blz. 160 e. v.

Leonhard. blz. 615 e. v.

Sluiten