Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordelijk voor de schade, door personen of goederen bij de uitoefening der dienst geleden , tenware de schade buiten hunne schuld of die hunner beambten of bedienden zij ontstaan".

Het beginsel van burgerlijk recht, uitgedrukt in art. 1401 B. W., is, dat men alleen dan voor onrechtmatig toegebrachte schade aansprakelijk is, wanneer deze het gevolg was van schuld. Is nu deze factor, de schuld, niet van beteekenis bij spoorwegongelukken ? Zeer zeker; echter, er zijn redenen, die er een wetgever toe kunnen brengen het bewijs der schuld niet te doen drukken op den benadeelde, maar het bewijs van het tegendeel op den spoorweg-ondernemer. Op eischer blijft slechts de plicht rusten het ongeval aan te toonen; afwezigheid van schuld valt te bewijzen door de maatschappij.

Andere wetgevingen dan de Nederlandsche zijn op dit punt wel ten achter. De billijkheid eischt echter een verlichting van den bewijslast voor den getroffene; vandaar het verschijnsel in de rechtspraak van Frankrijk, zoowel als van Engeland, dat de rechter met een minimum bewijs van eischer, nl. dat van het loutere ongeval genoegen neemt om daarna gedaagde te stellen voor het bewijs zijner onschuld1)-).

') Zie Planiol. Traité élémentaire de droit civil. II. blz. 268 No. 875, vooral zijn woorden: „On voit (des arrêts) qui décident que 1'accident qui est dü a un déraillement est de plein droit imputable a la compagnie".

*) Algemeen is deze praktijk in Engeland. Men leze slechts, wat Indermaur schrijft in zijn Principles of the common law (blz. 421): „The liability of carriers of passengers for injuries happening to them in the course of the carrying, turns entirely upon the point of negligence, thcir duty and contract being to carry safely and securely so far as by reasonable care and for-

Sluiten