Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds evenzeer aan in de opstelling der pleadings en in den regel, waaraan interrogatories moeten voldoen: „A party is not bound to discover the evidence of his case". (Indermaur. blz. 141).

De verschijning van de getuigen wordt verkregen door middel van een „subpoena". Dit is een dagvaarding, bij welke tot een persoon het bevel wordt gericht te verschijnen op een bepaalde plaats en tijd. Evenals de dagvaarding, gaat de subpoena uit van het Central Office of een district-registry. De beteekening van de subpoena heeft op dezelfde wijze plaats (overgifte van afschrift en vertoon van het oorspronkelijke stuk (Order XXXVII rulc 32).

De bcteekening moet redelijken tijd vóór de verschijning geschieden. De getuige is niet verplicht te verschijnen, tenzij hem bij de bcteekening of redelijken tijd vóór den trial, zijn kosten voor het gaan naar, het verblijven op en het terugkceren van de plaats van den trial zijn aangeboden. Getuigen kunnen ook vrijwillig ter terechtzitting verschijnen, zonder voorafgaand subpoena. Hoe en waarom zij ten trial gekomen zijn, interesseert den rechter niet. Fouten, in de oproeping begaan, worden gedekt door de verschijning.

Deze wijze van handelen lijkt mij de beste en ook aanbevelenswaardig voor Nederland. Een eenvoudige oproeping, een verschijning zonder formaliteiten verkregen worde mogelijk, geen beteekening aan de tegenpartij zij vereischt, ziedaar desiderata ook voor ons procesrecht. Vervallen van nuttelooze vormen en kosten ! Wel lijkt mij de beteekening in den vorm, voor de High-Courtprocedure vereischt, te streng. Terwijl mij de medewerking van het Central Office niet onredelijk voor-

Sluiten