Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schien we) met een medelijdend schouderophalen, op die methode van rechtspraak neer, naar wat ik in Engeland gezien heb, lijkt het er nog niet naar, dat daar in de eerste tientallen van jaren geheele afschaffing dezer leekcn-rechtspraak (in civiele zaken natuurlijk) te verwachten is. Laat ik van meet af de jury in strafzaken daar 1), dan rest de vraag: met welke oogen moeten wijde civiele jury beschouwen? Hoe ik dit instituut ook bezie, ik kan de voordcelen ervan niet vatten. Alle posten aan zijn creditzijde tref ik ook in den goeden rechter aan. Heeft de jury een goeden kijk op de zaak — wat zij in den regel hebben zal, ik ontken dat niet, en de Engelschen zijn gewoon de jury voor te stellen als echte zaken-menschcn,—de rechter heeft toch denzelfden gezonden kijk. Maar de gezworenen laten zich meer leiden door hun gevoel, het recht in abstracto laat hen koud. Zij letten niet zoozeer op de juridieke waarde van een zaak als wel op de billijkheid. In het jurysysteem is de invloed van de advocaten grooter. Meer hangt af van hun handigheid en beleid. Hoe zal men de jury op de beste wijze voor zich in weten te pakken? dit wordt de voornaamste vraag.

In dit opzicht vind ik leekenrechtspraak allerverdcrfelijkst. Beter dan een jury, vatbaar voor gevoelsargumenten, redenaarsgaven en leuke zetten komt mij een rechter voor, die door het jarenlang aanhooren van allerlei zaken, gevoelloos is geworden voor alle

') Waarvoor ik wel wat voelen kan. Ten eerste is het idee zoo mooi, dat het volk, de gelijken van den beklaagde, over zijn lot zullen beslissen. Ten tweede zijn de juryleden menschen, die totaal onbevangen voor de zaak komen. Is hij, die jarenlang als strafrechter lat, ten slotte niet eenigszins „crimineel" geworden?

Sluiten