Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landen tot hem pas in den uitersten nood zijn toevlucht neemt, maar dat men hem dikwijls toch heeft behouden, zoo al niet als „maximum", dan toch als „ultimum remedium expediendarum litium . hchter is in sommige lauden de gerechtelijke eed in naam blijven bestaan, maar heeft metterdaad plaatsgemaakt voor een soort partijen-verhoor, zoo bv. in Schotland1).

Voor die wantrouwende blikken, voor dat zijn van ultimum remedium hier, voor de afschaffing daar, moeten toch wel redenen bestaan, ernstige redenen, misschien wel zóó ernstig, dat de eed maar liever \an het aardrijk verdwene, en bijgezet werde in den grafkelder, waar zoovele uitgeleefde rechts-instituten reeds rusten.

Laten wij thans eens in een nadere beschouwing treden van wat er zoo al voor en tegen den gerechtelijken eed en het partijen-verhoor te zeggen valt. De nadeelen van de door mij voorgestelde vervanging zijn breed uitgemeten. In de eerste plaats wordt gewezen op het belang van de partijen bij den uitslag van het geding. Al dadelijk zou ik er op willen wijzen, dat het nieuwe instituut dit euvel met het oude gemeen zou hebben, maar ... laat ik mij niet sterk voelen in de zwakheid van mijn tegenstanders. Wanneer hier werkelijk een argument van beteekenis was tégen het partijen-verhoor, dan zou ik mij bepalen tot een verdedigende houding. Ik acht mij echter sterk genoeg om aanvallend op te

') Zie verder voor allerlei bizonderheden omtrent de verschillende vormen van het in het geding brengen der partij-wetenschap Harras von Harrassowsky. Die Parteien-vernehmung und der Parteieneid nach dem gegenwartigen Stand der Civilprocessgesetzgebung 1876.

Sluiten