Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt slechts bij tusschenpoozen plaats en alleen van voorwerpen, die de aanzienlijken verbruiken, zonder een noodzakelijk of belangrijk deel van het economisch volksleven uit te maken.

In de twaalfde en dertiende eeuw trekt de heer zich als leider van het bedrijf terug. De plichten, die de ridderstand hem oplegt, nemen hem nu geheel in beslag, en hij stelt zich tevreden met de opbrengsten zijner goederen, die hij eerst in natura, later in geld ontvangt. Nog later wordt het aandeel van den heer gefixeerd en in geld uitbetaald. Den hoorige zelf behoort het overschot, dat na betaling van de vastgestelde som overblijft. Deze regeling wakkert zijn vlijt aan; hij verkrijgt een steeds grooter wordend overschot, dat hij tegen artikelen, die hij zelf niet produceert, ruilt. Aldus ontstaat ruilverkeer tusschen den handwerksman en den landbouwer en de verschillende ambachtslieden onderling in het dorp.

De veelvuldige afwezigheid van den heer doet den band der hofhoorigheid verslappen. De kruistochten dragen er het hunne toe bij om de feitelijke vrijheid veelal in een wettelijke te veranderen. De hoorige, die mede naar het Heilige Land toog, werd tot vrije verklaard. Soms verkocht ook de heer den grond met zijne lieden aan een kerk of klooster, om zich de kostbare

Sluiten