Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woeste Geldersche landsknechten te beveiligen,

o '

waarbij de dorpelingen dapper en met liefde aan het graven der gracht en het bouwen van den muur medehielpen, tegen eene belooning van een halven stuiver daags.

Intusschen moet men zich van de oudste muren geen te grootsche voorstelling maken. Zij waren houten en leemen staketsels. Slechts de torens waren somwijlen van steen. Het graven der gracht geschiedde gemeenlijk veel later, nadat dit bij afzonderlijke handvest was toegestaan. Dordrecht verkreeg eerst onder de regeering van Floris V het recht een gracht te delven.

Het inwendige der stad heeft een pover aanzien. Van bouw-, gezondheids- of reinigingspolitie is geen sprake. Een rooilijn is onbekend. Loopt de heirbaan door de stad, dan gaat eens per jaar de ruiter van den vorst met zijn lans in de breedte over den weg en laat afbreken, waarop hij stoot. „Straat" is op zich zelf een te weidsche naam voor de wegen, die zich tusschen de huizen bevinden, zonder plaveisel, zonder afvoer voor hemel- en huiswater, met planken en stroo bedekt op de plaatsen, waar de poelen en de onreinheid het gaan onmogelijk maken. De verlichting wordt door de wandelaars zelf, voor zoover zij zich 's avonds op straat wagen, bezorgd. Zoo zijn de steden in de noordelijke

2*

Sluiten