Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welkers kinderen den aangroei van het getal der oude inwoonderen vermeerderen." *)

Zoo is dus in deze eeuw en de ,,trek naar de stad" ook geen zeldzaamheid, waar Amsterdam alleen daardoor dermate hare bevolking toenemen ziet. De hoogleeraar Bi.ok deelt mede, dat het in die dagen naar de steden stroomde, dat deze laatste haar bevolkingsaanwas aan het platteland danken. Hij geeft echter niet aan, waarop zijn bewering steunt. 2)

Ook ,,der Zug zur höheren Kultur", de trek der dienstboden naar de stad, is in dien tijd, toen de groote weelde het aantal dienstmaagden en knechts tot een belachelijke hoogte opdreef, niet onbekend. Zedenmeesters uit deze dagen vragen zich met een bezorgd hoofd af, wat van

o o '

deze dorpskinderen bij het luie leven in de stad, omringd door opschik en vermaak, worden moet.

Van den trek uit de stad wordt toen ter tijde ook gewaagd. Kersseboom spreekt van den tijdelijken uittocht der vlottende bevolking.

De duurzame emigratie werd nu niet meer bemoeilijkt. Het „uittogtgeld", in het begin der zestiende eeuw nog geheven, was in onbruik geraakt.

') Ibidem p. 27.

*) Geschiedenis van het Nederlandsche volk, deel V, p. 429.

Sluiten