Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III.

De Nederlandsche stad in de eerste helft der negentiende eeuw.

De jaren tusschen 1798 en 1813 zijn voor de Nederlandsche stad een tijdperk van toenemenden achteruitgang.

Handel en nijverheid lijden in den oorlog met Engeland zware verliezen. En nadat de vrede van Amiens een korte poos herademing gebracht had, doen de hernieuwde krijg en het verlies der koloniën alle hoop op herleving van handel en nijverheid te loor gaan.

Wanneer Niebuhr op zijn reis in 1808 ons Vaderland bezoekt, treft hij dan ook vele steden in verval aan.

Utrecht beschrijft hij b. v. als: „eine grosze Stadt, aber schwach bewohnt, indem man ihren 6,000 Hausern nicht mehr als etwa 30,000 Einwohner zahlt. . . Die Nebenstraszen, die entlegnen Quartiere unter den Mauern sind das Bild der traurigsten Armuth und arges Schmutzes,

Sluiten