Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbindingswegen gaf, waren postwagen en diligence de eenige middelen van vervoer.

Geen wonder, dat men nog aan het einde der periode, 1849/1859 geen fabriekssteden ziet, en dat de verslagen van vele steden van weinig of geen nijverheid melding maken.

De Leidsche laken-, dweil- en duffelfabrieken gaan, in weerwil dat zij haar ouden naam trachten te handhaven, merkbaar achteruit. 's-Gravenhage kan op één rijtuigfabriek en één ijzerfabriek stoffen; Amsterdam van een paar diamantslijperijen en suikerraffinaarderijen benevens van één ijzerfabriek melding maken. In bijna alle steden maakt het volksbedrijf, dat met den naam van nijverheid betiteld wordt, den indruk van ambacht, van eene industrie, die haar afzetgebied in de gemeente zelf moet vinden.

Maastricht en Haarlem alleen maken een uitzondering, die evenwel ook van geringe beteekenis is. De onder bescherming van Willem I in de eerste stad opgerichte papier- en aardewerkfabrieken hebben een zoodanige vlucht genomen, dat zij, volgens haar eigen beweren, géén beschermende maatregelen behoeven en niet door de geleidelijke afschaffing van hooge invoerrechten gedeerd zullen worden.

In Haarlem is de klassieke textielindustrie wel aan het verdwijnen, maar vertoonen andere takken

Sluiten