Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overschot niet het noodige levensonderhoud kan verschaffen. En hoewel vier dezer gemeenten provinciale hoofdsteden zijn, en Leiden een universiteit bezit, zijn de indirecte voordeelen, die daaruit voor de burgerij voortvloeien, niet in staat een eenigszins talrijke bevolking binnen de muren te behouden.

In de tien volgende jaren, toen nering en hanteering in de marktsteden van de welvaart der landbouwers groot voordeel trokken, wijzen Nijmegen, Dordrecht, Leeuwarden en Zwolle een vestigingsoverschot aan, dat ook niet groot is.

De immigranten komen uit de omliorgrende

oo

dorpen en vinden in den kleinhandel dezer steden een broodwinning.

Doch de bloei van den landbouw kan niet verhinderen, dat ook in dit tijdperk Leiden, 's-Hertogenbosch en Maastricht een deel harer bevolking wegtrekken zien. Leiden verliest door de nabijheid van 's-Gravenhage elke beteekenis als centrum. Hare emigranten verhuizen naar de overige Hollandsche steden. De arbeiders uit 's-Hertogenbosch trekken waarschijnlijk naar de industriëele gemeenten in Noord-Brabant; die uit Maastricht naar de nijverheidscentra in Duitschland.

Het is alleszins begrijpelijk, dat de steden, die door historische oorzaken nog onder de groote

Sluiten