Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen wij ook niet de diepste behoeften onzer naar Gods beeld geschapen natuur, wanneer niet eene kloof moet worden gedempt, of het verbroken worden onzer genegenheden doet gevoelen, wat wij missen. Het lijden brengt den mensch tot zichzelven; hij leert het leven beter verstaan, ook doordien hij de waarde der dingen beter schat: immers wij leeren eene zegening nooit volkomen waardeeren, vóór deze van ons is weggenomen.

Ook op andere wijze evenwel kan de smart ons wijzen op de groote waarde van dit leven.

«All this world in the gala day seems but a passing, unreal show. We dance, Iight-hearted, along the ways of existence, and nothing tells us that the earth is hollow to our treadi)." Dan kan het leed ons tot de werkelijkheid terug voeren; wij voelen den vasten grond wankelen onder onzen voet; wij komen van aangezicht tot aangezicht te staan tegenover den ernst, het ontzaglijke van het leven, en zeggen metjakob: „Hoe vreeslijk is deze plaats! Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels." «Then it is that with moral earnestness we set forth, walking circumspectly, weighing, with a watchful and sober eye, all the acts and thoughts which make up life." Dit «waakzaam en sober wegen" der handelingen en gedachten, die samen het leven maken tot wat het is, doet ons verstaan2)t hoe eenzijdig men handelt door te trachten het lijden uit te sluiten, te doen alsof het niet bestaat, èn bij ons zelf, maar vooral bij anderen. Slechts door het lijden van anderen te leeren kennen, kunnen wij een zuiver inzicht in het leven krijgen, en verstaan, hoe de mensch is «een man van smarten, en verzocht in krankheid", terwijl wij door de aanraking met werkelijk lijden tevens begrijpen, hoeveel bij ons zelf slechts ingebeeld leed moet heeten, hoe wij ons hebben te schamen over de wijze, waarop wij dikwerf over allerlei nietigheden zoo bekommerd kunnen wezen.

') Expository lectures on the Corinthians, p. 385. 2) Sermons V, pp. 17, 18.

Sluiten