Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tinne des tempels werpt, sterft hij. Het universum vernietigt den mensch, die eene wet in haar eeuwigen loop weerstaat i).

Maar hoe kan Robertson nu tevens spreken van een wonder?

Hiervoor zie ik voornamelijk twee redenen.

In zijne beschouwing over het gebed en over het wonder is eenige gelijkheid, voor zoover nl. volgens hem aan beiden ten grondslag ligt de noodzakelijkheid voor den mensch om te ontkomen aan het benauwende gevoel van een noodlot. Hij noemt het gebed eene noodzakelijke uiting, omdat het gevoel, dat alle dingen bepaald en onveranderlijk zijn, niet te dragen is. „The practical reconciliation between our innocent egotism and hideous fatalism is Prayer, which realizes a living Person ruling all things with a Will"-'). Eveneens is volgens hem de bedoeling van een wonder „to break through the tyranny of the words „law" and ..nature" 3).

Dit hangt zeer nauw samen met de volgende reden, die ik noem.

Robertson gelooft niet aan een God, die eeuwig zwijgt en enkel is „an infinite Impartial Spectator of the multitudinous panorama of human history", maar een persoonlijk God, die Zich openbaart, m. a.w. hij is overtuigd, dat „the Life of God comes to meet ours with the power of all that Being can feel towards dependent being, with the intent to communicate and repeat himself, to fulfil imperfection in perfection, to turn evil to good" i).

Wij moeten God zoeken, maar God zoekt ook ons. Er is ook eene beweging van God naar ons heen. Zou Robertson niet in zijn persoonlijk leven dit hebben ervaren? Welnu, ook in de verhouding van God tot de onpersoonlijke natuur neemt hij zulk

J) Sermons I, p. 148.

2) . IV, p. 27.

3) ,. V, p. 128.

4) Deze uitdrukking is, evenals de vorige, ontleend aan S. H. Meli.one: converging lines of religious thought, London, Philip Green, 5 Essex Street, Strand w.c. 1903, p. 74.

Sluiten