Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

with which human life is filled, qualifying Him to be tempted in all points like as we are" i).

Zoo verstaan wij, zegt Robertson, hoe Jezus kon lijden onder verzoekingen, hoewel hij geene neiging had tot het kwade.

Het woord „temptation" kan men op tweeërlei wijze beschouwen, nl. als „test", „probation", en vervolgens als „trial". Wij bedoelen het eerste, wanneer men bv. een voorwerp van 100 pond aan een ijzeren staaf hangt, het tweede als men dit gewicht aan een mensch te dragen geeft.

Doch hoe kan men nu met betrekking tot Jezus spreken van „trial", aan welk woord het denkbeeld van gevaar of smart is verbonden ?

Dit is mogelijk, zegt hij 2), omdat elke zonde is: het toegeven, in verboden omstandigheden, aan neigingen, die op zich zelf natuurlijk en goed zijn. Zonde bestaat niet in de begeerten, maar in de afwezigheid van een in bedwang houdenden wil 3). Nu was er bij Jezus geen sprake van toegeven, van wankelen, geen aarzelen of hij wel zou gehoorzamen aan Gods wil, maar dat neemt toch niet weg, dat dit gepaard kon gaan met zelfverloochening en smart. Een man kan zijn arm overgeven aan het mes van den geneesheer; zijn wil kan verhinderen, dat hij ook slechts een ooglid beweegt, maar geen wil en geen moed kan in zijne gevoelens verandering brengen of verhinderen, dat de operatie

') Sermons i, p. 103.

2) „ 1, p. 106.

3) Robertson heeft hier het oog, zooals hij ook zegt, op natuurlijke neigingen. („Elke" zonde is hier dus te algemeen gezegd.) Anders kon hij ook niet schrijven, dat zonde niet bestaat in de begeerte, maar in de afwezigheid van een in bedwang houdenden wil, want Robertson zou niet ontkennen, dat eene begeerte op zich zelf zondig kan zijn. Dit blijkt dan ook wel duidelijk, b.v. waar hij op eene andere plaats zegt: „we find Christ doubly free from all this [d. w. z. a rising of an inclination (which is often no sin), the passing on to a guilty resolve, to coinmit the sin] as free in desire as free in act." sermons IV, p. 89; zie ook: Life and Letters, pp. 143, 228.

Sluiten