Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De val was dus in zekeren zin noodzakelijk, maar hij bracht niettemin groote ellende over de eerste menschen.

Doch hierbij bleef het niet, want het gevolg was, dat hunne neigingen en gevoelens overgingen op de nakomelingen. Wij noemen dit „erfzonde" en hij, die deze zou willen loochenen, moet wel ingaan tegen elke ervaring van overerving der eigenschappen i). „The very hound transmits his peculiarities learnt by education, and the Spanish horse his paces, taught by art, to his offspring, as a part of their nature." Indien dit ook niet het geval ware met het menschlijk geslacht, zoo zou er van geene geschiedenis der menschheid sprake kunnen zijn, want wij zouden niets anders waarnemen dan de herhalingen van karakters, waartusschen verder niet het minste verband zou bestaan.

Neen, het is duidelijk, dat de eerste menschen op de nakomelingen een zeer bijzonderen invloed moeten hebben uitgeoefend.

Zoo is dan deze erfzonde in ieder aanwezig, en wel in de jeugd als onvolkomenheid -); wordt zij echter niet overwonnen, doch blijft deze „natuurlijke staat" de overhand behouden, dan wordt deze onvolkomenheid, die op zich zelve in de jeugd niet verkeerd mag genoemd worden, een kwaad en zonde.

„There is 110 harm in blossoms in spring, but in autumn."

Wanneer wij Robertson vragen, wat hij onder zonde verstaat, zoo vinden wij feitelijk twee antwoorden, die echter wel bedoeld zullen wezen als elkaar aan te vullen: eensdeels bestaat zij in het hebben van verkeerde neigingen, gelijk uit het bovenstaande blijkt, maar velen van dezen zijn op zichzelf niet verkeerd, doch alleen omdat een in bedwang houdende wil afwezig is; door de zonde is onze wil „disordered"3); wij zijn als uurwerken, waarvan de regulator is gebroken. Zonde is niet een reëel iets, zegt hij'*), doch bestaat in de afwezigheid van iets, nl. van den wil en het

!) Sermons II, p. 66.

2) „ IV, p. 118.

3) Life and Letters, p. 517.

«) Sermons i, p. 108.

Sluiten