Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oorzaken van Pilatus' twijfel (I pp. 302- 308), zijne opmerking, hoe wij gemakkelijker eene gemeenschap van menschen kunnen liefhebben dan de individuen (II pp. 203, 204), hoe niet ieder, die zich eenzaam gevoelt, het recht heeft zich met Jezus te vergelijken (I pp. 232, 233); men leze de oorzaken van Elia's moedeloosheid (11 pp. 76 81), de schildering van het karakter van Eli (IV pp. 1-14) of wel van Balaams zelfzucht (IV pp. 45 -54), zijne beschouwing over den oudsten zoon uit Lucas 15 (III pp. 271 -276), de oorzaken en het karakter van Jezus' eenzaamheid (I pp. 230241), over de worsteling van Jakob bij Pnieël (1 pp. 37-54), over de hebzucht der Engelschen en hun gebrek om te kunnen genieten (II pp. 12 14), of wel, over het verschil tusschen den trotschen en ijdelen mensch (III pp. 251, 252), - en men zal bemerken, dat wij niet bij vele predikers iets dergelijks kunnen aantreffen.

c. Wanneer men zijne brieven, maar ook zijne preeken leest, wordt men dikwijls gewaar, hoe hij steeds moeilijkheden ziet, zich probleemen stelt, welke hij zichzelven en anderen ter oplossing geeft.

Hoe komt het, dat iemand, die over armen het bestuur heeft, zoo menigmaal hardvochtig wordt? (I p. 74). Wat is de oorzaak van het feit, dat vrij wel gelijke daden, verricht door gelijke menschen, toch een geheel verschillenden invloed kunnen uitoefenen? (I pp. 75 -78). Op welke wijze kan men zich voorstellen, dat Jezus, „perfectly fee from tendencies to evil" toch verzocht kon worden? (I pp. 105-110). Wat was de reden, dat de prediking van Johannes den Dooper zooveel menschen tot zich trok? (I pp. 126-130). Hoe kunnen Gods beloften waar zijn, hoewel het leven ons voortdurend teleurstelt? (III pp. 78-91). Is het mogelijk om zelf onze liefde krachtiger te maken, en zoo ja, op welke wijze kan dit geschieden? (IV pp. 241 -244).

Zoo treffen wij onophoudelijk vragen aan, die ons nu eens meer dan eens minder belang inboezemen, wier oplossing ons nu eens goed dan gebrekkiger toeschijnt, maar die toch allen het bewijs zijn, dat hij den mensch scherp heeft waargenomen, probleemen

Sluiten