Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behalve zuurstof 0,480 ; 0,454; en 0,398 Gr. chloroform.

De gebruikte zuurstof (ook bij aiie volgende proeven) bevatte ongeveer 10 % stikstof en daar de vulling met deze zuurstof geschiedde door drie maal ledig te pompen en inlaten, waarbij de verdringing van de lucht nog niet volledig geacht mag worden, mag men wel rekenen dat de buizen ongeveer 125 M.:' zuurstof bevat hebben. Volgens de tweede vergelijking kunnen 125 c.M.3 zuurstof 0,538 Gr. chloroform oxydeeren. Hier was dus overmaat aan zuurstof.

2de. 3 buizen inhoud ± 150 c.M. ' (dus ook + 125 c.M.3 zuurstof) bevattende 3,125; 1,950; en 1,611 Gr. chloroform. Volgens de eerste vergelijking kan 125 c.M.1 zuurstof 1,345 chloroform omzetten, hier was dus overmaat chloroform.

3de. 2 buizen inhoud ± 150 c.M.\ bevattende een onbepaalde hoeveelheid cloroform; de eene was na vulling met droge koolzuurvrije lucht zooveel mogelijk luchtledig gemaakt (+ 2 c.M. kwikdruk), de andere was na vulling met droog koolzuurgas eveneens leeggezogen tot een druk van ongeveer 2 c.M. kwikdruk.

Bij de eerste zes buizen was de chloroform, na weging, ingesmolten in zeer dunwandige glazen buisjes (diameter ± 3 m.M.). Deze werden in de groote buizen gebracht en nadat de laatste met zuurstof gevuld en toegesmolten waren, werden de buisjes met chloroform door krachtig schudden verbrijzeld. De hiertoe gebruikte chloroform was chloral-chloroform v. Schering, die op de volgende wijze was behandeld: 10 maal geschud met gedestilleerd water ter verwijdering van de alcohol, daarna

Sluiten