Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De overheid zag alras in, dat Gros/, de leider van de gevangen Doopsgezinden was. Zijne ondervraging en bekentenis beslaan dan ook de grootste plaats in de verhooren. Toen, na eerst afzonderlijk ondervraagd te zijn, drie van hen nogmaals gezamenlijk verhoord werden, voerde Gros/ bijna alleen het woord, waarbij hij van niet weinig vrijmoedigheid en welbespraaktheid blijk gaf. Zonder schroom sprak hij de afgevaardigden uit den Raad toe. Allereerst drukt hij zijne bevreemding uit, dat het Evangelie, 't welk te Straatsburg nu al bijkans vier jaren werd gepredikt, bij de inwoners zoo weinig uitwerking had. Hij beklaagt zich, dat men hem onverhoord en zonder terechtwijzing straft en gevangen zet. Toch vreest hij niet, want tegen Gods wil kan men geen haar van zijn hoofd krenken. Al moge dan het leven van een Christen in niets anders bestaan dan in vervolgd worden en het kruis dragen, welk lot ook aan de Apostelen was beschoren, hij zal zijn geloof niet verzaken ; en wanneer het Gods wil is, zal hij ook zijn leven prijsgeven, gelijk hij zijn have en goed reeds heeft opgeofferd (te \\ aldshut). Roerende getuigenis uit den mond van een dier onverschrokken mannen, die vredig en gelaten de zwaarste pijnigingen te gemoet gingen en er niet voor terugdeinsden hunne belijdenis met hun bloed te bezegelen.

Beter dan zijne medegevangenen weet grosz zijne overtuiging te verdedigen. Terwijl Eciisel er zich toe beperkt met een beroep op de Schrift, »die leert eerst te gelooven en dan gedoopt te worden», zijn herdoop te rechtvaardigen, geeft Grosz uitvoerig de gronden aan, waarom de kinderdoop te verwerpen is en licht hij zijn standpunt nader toe. legen de leer der Roomsche Kerk, dat de doop de schuld der erf-

had hij ondanks het verbod te Zolingen, Brittnau en Aarau gepredikt en herhaaldelijk gedoopt en was hij eindelijk te lirug gevangen genomen, vanwaar hij verbannen werd met bedreiging van doodstraf, als hij terugkeeide. Strasser bij Nippold. Berntr Beitr.. 1884, S. 233: EgLI, Aktcnsammlung, Nr. 1278. In September 1527 bevond hij zich te Augsburg in de gevangenis, RoHRICH, 7.. h. Th., 1860, S. 33.

Sluiten