Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk, ongeveer vierhonderd burgers '), bijeen was, niet meer tusschenbeide wilden komen. Maar na afloop drukten zij de predikanten op het hart, dat de overheid van een dergelijk openbaar twistgesprek volstrekt niet gediend was en dat het zonder hare vergunning niet meer mocht plaats hebben.

Ook CAPITO was aanwezig geweest. Het kan de aandacht trekken, dat hij aan het gesprek geen deel nam. De reden deelde hij aan ZWINGLI mede : ») hij keurde het nl. af, dat men »het onbestendige volk, hetwelk in nieuwe dingen groot vermaak schept» er in had betrokken. Bovendien hadden de Doopsgezinden het vooral op hem gemunt (zij meenden, dat hij in zijn hart het met hen eens was, maar te bang om voor zijne overtuiging uit te komen 3)), en daar hij wel wist, dat »de behendige vlugheid van geest, die BUTZER ten dienste stond» hem geheel ontbrak, wilde hij zich niet aan hunne aanvallen blootstellen.

Tot grondslag van het gesprek werd Denck's boekje Vom Gesetz Gottes genomen.'») heberle geeft een onjuist verslag van dit debat. 5) Hij legt DKNCK beweringen in den mond, die deze niet heeft geuit. »Was von seiner Seite besonders hervortrat, das war die geflissentliche Zurücksetzung des Schriftbeweises, auf welchen sein Widerpart das meiste Gewicht legte.» Nu meldt CAPITO in zijn verslag van het onderhoud aan ZwiNGLI juist het tegendeel: »Est autem quod neutiquam in illis (nl. bij Denck en de zijnen) excusare sufficio, quippe quod ex proposito videri nolunt pugnare Scripturis, quas nos, tanquam testimonia doctrinae spiritus, quae nobis donata est, proferimus.» heberle zoekt verder verband tusschen dit gesprek en eene mededeeling van

') Uittreksel uit de raadsprotocollen, op 24 December 1526, in Mitth. J. Ges. f. Erh. J. gesch. Denkmaler i. E., xix, S. ij6 ff.

') Catito aan Zwinoli, 26 December 1526, Zw. opp., VII, p. 579.

3) CAriTO aan Zwingli, 4 April 1526, Zw. opp., VII, p. 489.

4) Getrewe Warnung, A V v°.

') Hebeble, St. Kr., 1855, S. 820 ff.

Sluiten