Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er schijnen te Straatsburg tal van Doopsgezinde geschriften in omloop te zijn geweest. In Maart 1531 beklaagden de predikanten er zich bij den Raad over, dat de Doopsgezinden sterk in aantal toenamen, en vele dwaalleeren verbreidden door de boekjes, die zij hier lieten drukken; dat daardoor het woord Gods ten zeerste werd gelasterd en vele goedhartige lieden werden verleid. ') Er is uit dezen tijd nog een »Bedenken der Straszb. Censoren crist. Herlinus und Jac. Bedrotus,« 2) waarin zij den Raad op verschillende Doopsgezinde geschriften, die in de boekwinkels te koop lagen, opmerkzaam maakten: ten eerste op »een zeer goddeloos van BüNDERLIN, waarin hij beweert, dat in het Christendom alle uiterlijke sacramenten en ceremoniën moeten afgeschaft worden«. Waarschijnlijk is dit het boek, dat BüNDERLIN in 1530 uitgaf 3), en waarin hij betoogde, dat voor den innerlijken godsdienst, die uit 't diepste des harten opwelt, geen uiterlijke teekenen, geen ceremonien noch kerk noodig zijn. Verder op twee boeken van pilgram marbeck over den doop der volwassenen 4) (blijkbaar andere dan het reeds genoemde van Marbeck tegen BüNDERLIN) en ten slotte op een boek van Denck, een commentaar op Micha. 5) De censoren hadden vooral aanstoot genomen aan zinsneden uit dit laatste boek als de volgende: AVas Gott geschaffen hat, ist gut, wie kann er nun die sünd, welche nicht gut und nichts ist u. s. w. geschaffen haben ? Gott hat den tod nit gemacht, sondern durch des teuffels neydt ist er kummen in diese Welt etc«.

Nu de verhoorsacten uit 15 31 niet meer over zijn, is het moeilijk na te gaan, hoe de toestand der Doopsgezinden in dat jaar is geweest. Dat hun invloed in de stad niet ver-

') Mitt. d. Ges. f. Erh. d. Gesch. Denkmaler i. £., XIX, S. 136 ff.

2) Röhrich, Z. h. Th., 1860, P. 52.

3) Nicoladoni, /.f., S. 144.

4) Van deze boeken is verder mets bekend.

6) Zie Keller, Kin Apostel, d. IViedert., S. 245.

Sluiten