Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nog verscheidene maanden ongestoord aan het hoofd van zijne partij den doop bedienen en zijne denkbeelden verbreiden. ') Eerst in het begin van December werd hij gevangen genomen.

BUTZER hoopte door twistgesprekken hem tot het inzicht van zijne dwalingen te brengen. Drie keer verschenen beiden voor den magistraat, twee maal 2) voor den voltalligen Raad en de derde keer voor eene commissie uit zijn midden. MARBKCK bracht vooral deze drie beschuldigingen tegen de predikanten in. Allereerst wees hij erop, dat zij het Evangelie niet vrij hadden verkondigd, niet zóó, dat zij daarbij alleen in het kruis van Christus hun steun hadden gezocht, maar zich gesteld hadden onder bescherming eerst van het volk, daarna van de overheid. Toen BUTZER in den loop van het gesprek zeide, dat hij en zijne ambtgenooten de hulp der overheid hadden ingeroepen, riep MARBECK: »Wie de bescherming van het creatuur zoekt, is vervloekt. De overheid is alleen voor hen, die onder de wet zijn«. Ten tweede verweet MARBECK de predikanten, dat zij het Evangelie vóór de wet hadden verkondigd; want niemand komt tot het Evangelie, of hij moet eerst door de wet tot de erkentenis van zijne zonde zijn gekomen. Maar als hun grootste vergrijp rekende hij hun aan, dat zij kinderen doopten. ToenBCTZER zich nu op de besnijdenis beriep als voorbeeld voor den kinderdoop, wilde MARBECK daarvan niets weten : door den kinderdoop bezoedelt men de gewetens, want daardoor dwingt men de inenschen in het rijk Gods te komen, waarin geen dwang mag zijn; de kinderdoop is »ain affische nachthuung, ain uffgericht schlangenzaichen, ain Molochis opfer, eine Seelendieberei und Mörderei«.

BUTZER's poging om zijn tegenstander van dwaling te overtuigen, mislukte geheel en al. De geloofsgenooten van

') Butzer aan Marg. Bi.aurf.r, 23 Oct. 1531: »Der Pilgram will syns teuffens ui: abstohn uiicl die leut bereden, das schweren und weren unrecht s/n, darumb ich besorge. er werde verwysen werden.« TAes. fiaum.. IV, p. 160.

*) Het eerst op 9 December, en niet op 9 November, zooals Gerhert, l.c., S. 101 zegt.

Sluiten