Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn: »Hct is ymmers waer, dat die overheyt van God geordineert is. So ist recht ende behoorlic dat elcman der overheyt onderdanich si mit alletghene, dat teghen God niet is*. Hij berispt die Christenen, die het ambt der overheid verwerpen: »Mer dat sommige nu niet willen die overheid voor Christen in haerder rechter ordeninge ontvangen, is sulx een blintheiU. Uitdrukkelijk zegt hij, dat het Christenplicht is aan de overheid belasting te betalen: »Die leeringe des apostels is nu, dat die heyligen Gods die scult betalen sullen, welcke si wt noot om der conscientien wille door die

liefde schuldich zijn. Al sulcs wort niet der overheyt ghedaen,

mer den alre hoochsten godt selve, welx knechten ende dieners si zijn. Want sulcken behoort men ooc schattinge, schot ende tol te geven daer mede si hare bescherminge volbrengen connen. Uoc sal men se niet verachten in haren rechten ampte mer haer eer ende vreese bewysen na gods wille, beveel ende welbehagen«. ')

Het is te begrijpen, dat butzer zich uitermate over capito's omkeer verheugde. In zijne brieven uit de tweede helft van 1533 wijst hij herhaaldelijk vol vreugde op den krachtigen steun, dien hij thans bij de bestrijding der ketters van hem ondervindt. Zoo schrijft hij ii October 1533 aan blaurer: «Totus noster est (Capito), doctus ipsis istius modi spirituum vaframentis, quid isti homines moliantur, ac in re praesenti concordiam egregiae sentit«; 2) en 16 November 1533: »Capito totus noster nunc est, utinam fuisset semper.«3) Aan Myconius heet het 23 November 1533: «Capito initio nimis lenis (scil. in sectas) fuit, nunc satis fervet«.4)

') Hopmann, Verclaring v. d. Brief a.d. Kom., 1533. T 7, T 7 v', T 8 v° V 1 v'. Een exemplaar van dit geschrift is op de bibliotheek der Ver. Iloopsg. Gem. te Amsterdam.

*) The'. Baum., VI, p. 173 v°.

3) Thes. BaumVI, p. 230.

4) Bij Cornelius, U., II, S. 265.

Sluiten