Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doopsgezinden') kort geleden ten getale van driehonderd tusschen Colmar en Ingerszheim >etwann in den Ryedt«,J) en den vorigen 1'aaschavond tusschen Sigeltzheim en Richenw) 'cr 'n e<-'n kapel vergaderd waren geweest. Van eene niet minder druk bezochte bijeenkomst gewaagde Georg Gyr, pastoor te Roszheim, in 1538 in een schrijven aan joiian van Marpach, burger te Straatsburg. »Es hat mein gnadiger Herr auf Sontag verschienen gejagt und in dem Sermersheimer Waldlein bei Epsig gefangen 25 wilde Thier, davon der heilig königlich 1'rophet sagt, dasz sie den Weingarten des Herrn gantz und gar verderben und verwüsten. Es seind auch in unsern Waldern solcher I hier in kurzen Tagen mehr dann 300 versammelt gewesen; was sie in ihrem Sinne haben, mag ein Verstandiger wohl ermessen. — Es steekt fürwahr ein rechter Hundschuh 3) darhinter, davor uns Gott behüte.«4) Deze brief is kenschetsend voor de wijze, waarop de Doopsgezinden in Roomsche kringen werden beoordeeld. Welk een afgrijslijk lot hen wachtte, wanneer zij aan Katholieke overheden in handen vielen, is niet moeilijk te gissen.

Genoemde vergaderingen doen vermoeden, dat er in deze jaren in den Midden-klzas veel Doopsgezinden woonden, hetgeen dan ook door de verhoorsakten wordt bevestigd. Daarin wordt o.a. melding gemaakt van kringen te Schlettstadt, Oberehnheim, Ottenrodt, Roszheim, Monolsheim, Wasselnheim, Richstett, Sufelwihersheim, Rappoltsweiler en Colmar.

Waarschijnlijk echter hebben ook geloofsgenooten uit andere streken aan deze bijeenkomsten deelgenomen, daar de Doopsgezinden in de verschillende landen met elkaar in

®) Uit een brief van den schuut van Rufach van 7 April 1534 aan den Raad van Colmar, in het stedelijk archief te Colmar, Scr. K. Lad. j.

2) Moeras.

3) Bundschuh, oorspr. een ruwe boerenschoen, kreeg de beteekenis van oproer, omdat de opgestane boeren in (524 de afbeelding ervan in hun vaandel voerden.

4) Bij Röhrich, Z h. Th., 1860, S. 112.

Sluiten