Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekeurd. Want zij hebben duidelijk genoeg aangetoond, dat de Doopsgezinde beweging niet is geweest een ziekelijke uitwas op den stam der Reformatie, maar een krachtige loot met eene gezonde kern, die haar sappen, haar frischheid en kracht ook getrokken heeft uit den wortel, waaruit de Hervorming is voortgekomen, uit het beginsel dat de mensch door geloof alleen gerechtvaardigd wordt.

In het licht van deze grondgedachte der Hervorming komt het verschil in karakter tusschen het Protestantisme en het Katholicisme duidelijk uit. De Katholieke Kerk treedt op met de aanspraak, dat zij de volstrekt eenige bezitster en uitdeelster van alle geestelijke heilsgoederen is. Volgens haar leer kan de mensch Gods genade niet deelachtig worden dan door haar tusschenkomst en bemiddeling. Daartegen zijn de Hervormers opgekomen. Zij maakten het geloof los van de instellingen en ceremoniën der Katholieke Kerk en herstelden het in zijne eenvoudige grootheid als het vast vertrouwen op den genadigen God, die ons in Christus vergeving van zonden en zaligheid heeft geschonken. Zij leerden, dat de mensch door geloof alleen gerechtvaardigd wordt; tegenover het standpunt, waarop men zijne heilsverzekerdheid aan het gezag van de Kerk en van hare priesterschap ontleent, stelden zij dus de onmiddellijke, persoonlijke heilsverzekerdheid. Daarin ligt tevens de gedachte van het algemeen priesterschap der geloovigen opgesloten. Voor den Protestantschen Christen is de Kerk niet de onvermijdelijk noodzakelijke weg 0111 met God verzoend te worden; ook voelt hij zich niet aan hare geestelijkheid gebonden op grond van haar zoogenaamde rechterlijke bevoegdheid. Uit de juiste opvatting

doen kennen. Zij toonen <len zedelijken ernst, de innige vroomheid, het onwankelbaar geloofsvertrouwen, de onderlinge liefde en toewijding zijner aanhangers. Vgl. Ulikxcron, 7.ur Liederdichtung der Wiedertiiuftr, in Abhandl. der K. Bayer. Academie der Wiss. 111 Cl. XIII 1!. Ie Abth. 1875; WaCKF.rnagel, Das deutsche Kirchtnlied, 1877, v, S. 677 ff; WlEDER, Schriftuurlijke Liet/ekens, 1900; Wolkan, Die Litder der Wiedertaufer, <903, vooral S. 8, 40 ff.; Cramer, liet Offer des lleeren, in Biblioth. Reform. Neerl. II, 1904.

Sluiten