Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen vormden geloof en leven een onscheidbaar geheel. Uit hunne overtuiging van door Gods vrije genade behouden te zijn vloeide voor hun bewustzijn van zelf de verplichting voort om daarvan ook in gezindheid, handel en wandel getuigenis af te leggen. Maar waarom had dan in hun tijd de prediking van de leer, dat de mensch uit geloof alleen gerechtvaardigd wordt, zulke bedenkelijke gevolgen ? Omdat zij te veel als reactie tegen de Katholieke werkheiligheid is opgevat. Daardoor kwam het, dat op heiligmaking en op vruchten van het geloof in het leven in het geheel geen nadruk werd gelegd niet alleen, maar dat de rechtvaardiging uit het geloof, niet uit de werken de schare veelal als een leer, die zij slechts had aan te nemen, is voorgehouden.

Teekenend is hetgeen butzer 18 Maart 1532 aan Ambk. Blaurer schreef: »Video quidem dum isti (Saxones) plenis buccis semper praedicant et poenitentiam non ita urgent, muitos audire sedulo, at non ita vivere einendatius*. >) Nog sterker is de uitlating van amhr. blaurer in een brief aan zijn broeder van 11 Januari 1533: 'Ego profecto magis ac magis odi (Anabaptistarum) factionem hanc pestilentem et exitialem Christiane caritati unitatique ecclesiarum, quantumvis in speciem piam et inculpatam. Imo hoe potius odi, quo subtilius vitae sanctimonia simplicibus imponit. Vocandi tarnen hic et nos sumus in culpe partem non modicam. Apud nos adeo friget vera poenitentia, ut inerito sit et doctrina nostra licet sanissima cordatioribus quibusque suspecta. Pudet me sepe, frater, huius stupidissime socordie, piget laboris ac vitae etiam tedet, quoties omnium rerum statuin et deformem faciem multaruin male evangelicarum urbium pressius intueor, apud quas vix vestigium quidem ullum germane resipiscentiae invenias. Libertatem christianam, illud coelestis principis beneficium, latissime, addo etiam impiissime, interpretantur et peccandi licentiam faciunt. Servatoris gratiam commendant

Thes. Baum., V, p. 57 v5.

Sluiten