Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werven. Blijkt daaruit, zooals HEGLER beweert, ') dat zij tot iniddeleeuwsche, Katholieke beschouwingen zijn teruggevallen ? In denzelfden geest laat KaWERAV a) zich uit: als een van de redenen, waarom de Doopsgezinden z.i. nog tot de Katholieke phase van het Christendom behooren, noemt hij hun polemiek tegen Ll'ther's rechtvaardigingsleer, en hunne meening, die zij daartegenover stelden, dat Gods genadige gezindheid door den mensch zelf moet worden verworven. Maar dat is toch een denkbeeld, dat telkens weer onder de Protestanten in een of anderen vorm aan het licht treedt 3) en onder hen weinig minder aanhangers telt dan de beschouwing, d.it God den mensch tot zaligheid heeft bestemd zonder te letten op de gesteldheid van het hart. Wil men de leer, dat God de volstrekt eenige oorzaak is van s menschen heil en dat deze daartoe in geen enkel opzicht meewerkt, tot het sjibboleth van het Protestantisme maken, dan dient men den naam Protestant niet alleen aan onze Remonstrantsche landgenooten, maar ook aan Melanchton, kortom aan alle Synergisten en

Pelagianen te ontzeggen.

Maar hegler voert nog een ander bewijs aan om aan te toonen, dat het Anabaptisme niet in denzelfden bodem wortelt als de Luthersche en Gereformeerde Kerken; hij wijst er nl. op, dat de Doopsgezinden zooveel hadden van monniken. Inderdaad zijn zij daarmee wegens hunne streng zedelijke levensopvatting, hun aandringen op deugdzamen wandel en hunne afzondering van de wereld in vroegei en later tijc weieens vergeleken. tu'tzer noemde saih.er veinen ftirne men im Taufforden*. 4) Seb. franck, die van elke scherp afgebakende kerkelijke instelling afkeerig was, sprak van hen als een nieuwe monnikenorde. c) Eveneens de hor vin la l mi

!) hf.glfk, U., S. 13.

») Möi.ler, Lehrbuch Kirchengeschichte, UT. S. 82.

») S. Cramer, R E\ XII, S. 597-

4) Cletrewe Wanning, C. III.

') Seh. Fkanck, Chronica Zeitbuch und GeschUhtsbibel, ed. 1536, S. 194-

Sluiten