Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft willen eischen, dat zij dagelijks zullen weten, in hoeverre er verlies (niet: eenige verliespost) is.

Hoewel men voor de interpretatie van art. 47 K. zich niet blootelijk heeft te onderwerpen aan eene opvatting, die bij de leden eener afdeeling (zie hl. 51) heeft voorgezeten, toch behoeft zij niet onopgemerkt te blijven; en dan blijkt, dat volgens hen het verlies feitelijk kan blijken aanwezig te zijn geweest, zonder dat nu ook daardoor bestuurders van dat oogenblik aansprakelijk gesteld moeten worden.

Er is dan ook eene bepaling in het VV. v. Koophandel, dat ons eene aanwijzing geeft in de andere richting; en hiermede worde het 11"™. van bl. 54 ingeleid.

Art. 8 K. verplicht iederen koopman, binnen de eerste zes maanden van elk j a a r eenen staat en balans op te maken. De naamlooze vennootschap, die een handelsbedrijf uitoefent, is eveneens aan deze bepaling onderworpen.

Niet iederen dag, neen ieder jaar '), luidt de wet, moeten bestuurders die balans opstellen. Dan eerst zal de bestuurder een door nauwkeurige vergelijking deiboeken en eene waardeering a), verschillend naar gelang

De omstandigheid, dat de wet eene balans vordert „ieder jaar", belet niet dat de statuten ieder half jaar (of anderen termijn) een balansmatig overzicht van de vennootschap vorderen. Dan ook zal het oogenblik der verplichte wetenschap voor den bestuuidei geiegeld worden, naar gelang de statuten het oogenblik stellen, waarop de bestuurder de kennis van den toestand der vennootschap moet en kan hebben.

2i Men zie hiervoor G. van Slooten, Verplichte openbaarmaking van Balans en Winst- en Verliesrekening van Naaml. Vennootschappen, bl. 105—161.

Sluiten