Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

acetaat (64,67 %) i* voldoende om de kristallen als zilveracetaat te beschouwen-

Nadat de moederloog en het bovengenoemde zwarte praecipitaat door MCI van liet zilver waren bevrijd, werden beide hierdoor verkregen oplossingen ingedampt en bleek, dat zij niets achterlieten. Men moet dus aannemen, dat het geheele distillaat uit azijnzuur bestond. waarvan dus de hoeveelheid 782.38 mgr. bedroeg, beantwoordende aan de 134.4 c.c. 0.01)71 N—NaOII. ter neutralisatie vereischt. Het gevonden azijnzuur is derhalve 37,21 % van de gebruikte hoeveelheid van het Mg-praeparaat.

Toch was de opbrengst aan zilveracetaat, uit deze hoeveelheid azijnzuur verkregen, gering, vergeleken bij de hoeveelheid zilveracetaat, die ik. ter vergelijking, uit 0,5 gr. zuiver azijnzuur kon bereiden. Wanneer men echter de hierbij verkregen kristalmassa weer in hare moederloog door verwarming oploste onder toevoeging van een paar druppels van het 10-maal verdunde bruine residu, dat na de distillatie was overgebleven. zag men deze oplossing eveneens zwart worden en bleek de hoeveelheid uitkristalliseerend zilveracetaat belangrijk verminderd. Bij het distilleeren moeten dus sporen van deze bruine stuf met den waterdamp zijn overgevoerd.

Dit, na de distillatie overgebleven, residu werd tre-

o I

durende een paar dagen in een exsiccator weggezet. Er zetten zich dan bruingekleurde kristallen af', die door afwasschen met alkohol of' aceton en omkristalliseeren uit water konden worden gezuiverd. De hierdoor verkregen naaldvormige kleurlooze kristallen losten moeilijk in koud water, gemakkelijk in warm water op. Ook waren zij goed oplosbaar in warmen

Sluiten