Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

benzoëzuur en glycocol '). Na afloop werden de oplossingen uitgeschud met aetlier en van deze aetherische oplossingen de aetlier afgedistilleerd. Tot mijne verrassing verkreeg ik op deze wijze, zoowel uit het Mg-praeparaat als uit het hippuurzuur, slechts sporen van benzoëzuur.

II. Om mij te vergewissen van de betrouwbaarheid voor quantitatief onderzoek van eene methode, door Beilstein aangegeven, ter bereiding van benzoëzuur uit hippuurzuur, heb ik, volgens diens voorschrift, hippuurzuur gedurende '/4 uur met rookend HC1 laten koken in een kolf met omgekeerde koelhuis. Na afkoeling scheidde zich het benzoëzuur in kristallen uit. Daarna werd het zoutzuur met de benzoëzuurkristallen met aetlier uitgeschud en in een korthalzig wijdmondsch kolfje van deze aetherische oplossing de aether afgedistilleerd, terwijl ten slotte gezorgd werd, dat het uitkristalliseerende benzoëzuur zich in eene dunne laag over de binnenoppervlakte van het kolf je afzette.

Dit kolf je met benzoëzuur bleef aldus 2 dagen bij kamertemperatuur (2<X a 30UC.) staan om de sporen HC1, die in den aether waren overgegaan, te laten verdampen. Daarna werd het benzoëzuur door titreeren bepaald. Eene smeltpuntbepaling (12ÜnC.) leverde het bewijs, dat het gevormde zuur werkelijk benzoëzuur was. Toch bleek niet alle hippuurzuur te zijn ontleed, want na het uitschudden met aether bleven in bet zoutzuur hippuurzuurkristallen achter. Op deze wijze behandeld, gaf:

0,4404 gr. hippuurzuur eene hoeveelheid benzoëzuur,

') Sehmidt, Pharm. Ghcm. II, 1 pag. 354. *) Handh. d. org. Chemie. II pag. 113f>.

Sluiten