Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Wijdon wij thans enkele woorden aan het ruimere schenkingsbegrip.

Voorop zij daarbij gesteld, dat de benaming ruimer schonkingsbegrip, die ik tot hiertoe wel eens moest gebruiken ter tegenoverstelling aan de schonking van art. 1703 B. W. niet meer in dien zin gangbaar is in hetgeen hier thans volgt. Wat tot hiertoe het ruimer schonkingsbegrip was, is voor het vervolg het schcnkingsbegrip.

Tevens stel ik voorop, dat het niet in mijne bedoeling ligt het schenkingsbegrip in zijnen geheelen omvang te bespreken. Dat zou mij te ver voeren. Dool van mijn schrijven was in het licht te stellen, dat er in onze wet nog een ander schenkingsbegrip ligt, dan de schenking volgens de definitie van art. 1703 B. W. Wanneer wij dit eensgezind zouden aannemen, en ook eensgezind zijn over de gronden, die daartoe kunnen besluiten, dan is meen ik al veel gewonnen. Veel oorzaak voor misvatting zal daarmede vervallen zijn.

Doch over hot schonkingsbegrip kan ik toch niet geheel het zwijgen bewaren. Laat ik alzoo pogen er in liet kort een en ander van mee te doelen.

Zooals ik reeds opmerkte, is de grond, waarom de wet zich met de schenking inlaat, d. i. regels stelt ter hare beperking, te zoeken in het economisch karakter

Sluiten