Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1°. niet wordt vereischt een animus donandi (in de gewone beteekenis van vrijgevigheid), waarmede onmiddellijk verband houdt, dat de aanwezigheid van eene niet op geld waardeerbare tegenpraestatie aan eenige handeling het schenkingskarakter niet ontneemt. In hoeverre \oldoening aan eene natuurlijke verbintenis al of niet schenking is, hangt alleen daarvan af, of men in eene natuurlijke verbintenis al of niet een rechtsplicht ziet.

2°. dat in het ten behoeve van een ander nalaten om te verkrijgen of wel in de verrichting van op geld waardeerbare diensten schenking kan gelegen zijn.

Daarna zal ik de vraag bespreken of eene schenking al of niet moet worden aangenomen.

cui prirnum.

Vrijgevigheid in dien zin, dat ons eigenlijk doel is een ander te bevoordeelen wordt voor schenking niet vereischt. Ik wil alleen gelet hebben op het bloote feit der bevoordeeling.

Vrijgevigheid is het motief tot eenig handelen. In het algemeen liggen de motieven van onze handelingen buiten het gebied van het recht. Slechts in bijzondere gevallen wordt op het motief gelet. Ik zal trachten aan te toonen, dat de schenkingsregels in het algemeen niet steunen op het motief der handelingen, doch op hare innerlijke waarde.

Al dadelijk zijn er voorbeelden voor het grijpen van handelingen, waaraan niemand het karakter van schenking zal durven ontzeggen en waarbij toch vrijgevigheid ver te zoeken is.

Ik schenk u b.v. een paard. Ik doe dit echter niet,

Sluiten