Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat eene niet op geld waardeerbare tegenpraestatie liet schenkingskarakter in den weg staat1), men behoeft slechts Modderman op te slaan om het te weten. Kunnen wy de Romeinsche juristen niet genoeg bewonderen m hunne toepassingen van het recht op aan hun oordeel onderworpen gevallen, laten wij toch niet bij hen in de leer gaan om zuivere begrippen, en vooral niet een begrip als dat der schenking te omschrijven. Begrippen vormt men door logisch oordeel. De Romeinen werkten met die begrippen, zonder dat zy behoefden geleid te worden door vooraf op schrift gestelde omschrijvingen of definities, die onjuist als zij vaak zijn, de ware bronnen zijn van moeilijkheden en misvattingen.' En hiermede beticht ik geen enkele hunner uitspraken van onjuistheid. Immers reeds meermalen, merkte ik het op, naarmate van den regel waarvan de vraag is, of lnj al dan niet toepassing vinden zal, wijzigen zich' de vereischten voor de donatio.

Daarom is het ook, dat ik zooeven by de bespreking uit den titel „de calumniatoribus" donatio durfde noe^ men, wat volgens andere teksten geen donatio kan zijn, alleen al b.v. omdat de vrijgevigheid ontbreekt. Dergelijke teksten zijn stompe wapens, als zij gericht zijn tegen hem, die vooropstelt, dat in eiken tekst met donatio iets anders kan bedoeld zijn.

En, ten slotte deze vraag; spreekt — nu zelfs daargelaten, dat men omtrent de omlijning der schenking nog niet tot overeenstemming is gekomen en niet zal komen,

tionemd "n 1100 °b Causam l»bent dona-

dZn«~- qU8 S'l9U8 1>Utabut' Si tibi °entum sP°P°"doro haccon-

ob rem 'f8VUrre8 n°m°n meU'U kturu,n' non donationem, quia factaeat, rog seoutaost. Ulp. 1. 19 § 5, §6 D. de donat. (XXXIX 5)

Sluiten