Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisehen zin" ') plaats hebben. \ olgens de laatste zouden wij komen onder eene „loi athée", waardoor de Godheid als 't ware uit den Staat wordt gebannen, en „aan het Christendom evenmin als aan eenige Godsdienstleer, invloed op het Staatswezen, op wetten en instellingen

wordt vergund." -')

Dit echter heeft de Grondwet niet gewild, dat het Christendom uit de openbare instellingen zou worden geweerd; :!) evenmin, dat in wetgeving en bestuur de Godsdienst van invloed beroofd, of het Christendom op eene lijn zou worden gesteld met Mohammedanisme en ongeloof. Deze opvatting hing samen met Groen's beschouwing, dat Nederland Christelijk moest zijn, d. w. z. dat het Christelijk beginsel als grondslag van den Staat moest worden erkend,4) en ook was zij, eenigermate althans, het gevolg van den voorrang dien hij voor de Hervormde Kerk bleef begeeren. Met hier nog op te wijzen besluiten wij dit hoofdstuk.

In zijn geheele politieke loopbaan •'•) trachtte Groen aan te toonen, dat „het Christendom de hechtste grondslag vormt van Staat en Staatkunde."') „De Staat behoort godsdienstig te zijn, de Godsdienst invloed te hebben op wetgeving en bestuur." T) De „Regeering moet zich binden

') Gronpwetherz. en Eensgezindh. bl. 391.

') n 71 " » 455-

3) » V « » 465-

4) Nep. Gek. 1ste serie, II, bl. 13; /.ie voor „de toepassing van liet Christelijk beginsel" bl. 33 hierna.

Februarij 1868, bl. 27.

'*) Nep. Gep. 1ste serie, II, bl. 96.

Sluiten