Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren, ') meen ik het beste bij mijn onderwerp te blijven door de genoemde bezwaren van Groen tegen deze inmenging van den Staat in zuiver kerkelijke aangelegenheden te bespreken. Wel zal ik nog aan het einde van dit hoofdstuk de voornaamste punten noemen, waarin de organisatie van het Kerkgenootschap afweek van de oude Gereformeerde kerkinrichting.

Hoe was het mogelijk, dat zoo kort na het herstel onzer onafhankelijkheid, terwijl allerwege de pas herkregen vrijheid werd geroemd en gevierd, de vrijheid en onafhankelijkheid der Hervormde Kerk op zulk eene brutale wijze kon worden aangetast? Uit kwam door den alles doordringenden geest van het liberalisme, dat niets anders was dan „voortzetting der Revolutie" en zoo van hare theorie.

Na de invoering der Grondwet van 1815, waarbij gelijke bescherming van de bestaande gezindheden was toegezegd, mocht met grond worden verwacht, dat de zelfstandigheid der Hervormde Kerk met nauwgezetheid zou worden geëerbiedigd. Die Kerk moest „na het verlies van al wat naar heerschappij geleek, toch even vrij, als bij voorbeeld, de Hooinsch-Catholieke:i) zijn. Eindelijk

') Kene beknopte geschiedenis dier organisatie en van hetgeen daarop gevolgd is vindt men in een artikelenreeks: De strijd tegen de Siinodnle Organisatie in de 19de Eeuw, door Dr. 1'. .1. Kro.msigt, in het Tweemaandel. Tijdschrift: Troffel en Zwuard, (uitgeg. door het Comité ter verspr. v. d. beginselen der Confession. Vereen.). 7e jaarg., afleveringen 1 en 2. Eene uitvoeriger beschrijving geeft Mr. Fabics in liet hierna op bi. T-\ in noot 2 genoemde werk.

Ned. Ged. I. bl. 122.

Zie verder bl. 94 en 95.

Sluiten