Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt. ') Scheiding tot behoud of herstel van de onafhankelijkheid der kerk . . . '-) Een' voornamen eisch der scheiding noemde hij: „opheffing van de caesaropapistiselie organisatie der Gereformeerde Kerk." 3)

In de Heraut van 24 October 18624) schreef hij: „Zoo de tijd eener heerschende Hervormde Kerk in Nederland lang voorbij is, Laat nu althans de Hervormde Kerk vrij zijn, en laat behoudens algemeen toezigt 3) ter bewaring van rust en orde, de Regering zich niet langer vernederen tot werktuig eener kerkelijke, of laat ons juister zeggen, antichristelijke partij." Nu ieder ijverde voor scheiding van Kerk en Staat mocht de „zamenspanning van den Staat met de synodale of reglementaire Hervormde kerk" niet blijven voortduren. Met den meesten ernst verlangde hij daarom „dat de Regering, nu althans, zich plaatse op een zuiver standpunt; nu althans niet (door vereenzelviging en verwarring van de Kerk met de door staatsgezag opgedrongene reglementen) zich zelve de verpligting op-

'I ..De Staat, van de Kerk vrij. heeft de Kerk aan banden gelegd: zoodanige vrijheid, die naar Kerk-slavernij leidt, iseene combinatie boven alle andere hypothesen noodlottig." Brieven van J. A. Wormser, 1874, Eerste Deel (1842—1852), bl. 81.

'•') Vrijhei» van Christeujk-Nationaal Onderwijs in verband met Scheiding van Kerk en Staat, Parlementair Fragment, (1863), Voorrede, bl. IV.

H) Ned. Ged. i, bl. 8, noot.

4) Overgenomen in Vrijheid v. Christ.-Nation. Onderwijs, enz., bl. 100—101.

6) Zie terug bl. 61 noot 2 en voorts Handb. der Gesch., bl. 57: , de Kerk, in geloof en inrigting. regtens vrij en onafhankelijk van den Staat. De Overheid .... regt van kennisneming en toezigt, ten einde zich tegen misbruik en aanmatiging te verzetten."

Sluiten