Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen do wettigheid ervan werd geprotesteerd, deden zich reeds in dien tijd, maar hoofdzakelijk later, toen de Synode zoo langzamerhand trachtte onafhankelijk van de Hegeering te worden, stemmen hooren, die van weinig ingenomenheid met de koninklijke organisatie getuigden. Zoo zeiden eenige Hervormde predikanten in een geschriftje, dat in 1848 „hij de herziening van de instellingen dor Nedorlandsche Hervormde Kerk" uitkwam, tot hunne goloofsgenooten o.a. naar aanleiding van de daad des Konings in 181(5: „Als of er geheel geene kerkinrigting in het Clenootschap der Hervormden bestond, als of die Kerk geen verleden had, maakte de Koning alles nieuw. Er werd naar geen regten, naar

geen geschiedenis, naar geen Schriften gevraagd

ongelukkig moet de raad hoeten, die van Staatswege maar ook op eigen gezag door kerkelijke personen don Koning mag gegeven zijn, om de instellingen onzer Kerk geheel om te keeren, en de zelfstandigheid der Gemeenten met het onderling gelijk gezag van Oudsten en Voorgangers aan een betrekkelijk gering getal personen in

handen te stellen Die koninklijke kerkinrigting

is dan ook in de wijze van haar ontstaan, en in hare instellingen onwettiy, gelijk er ook terstond in het jaar harer geboorte van eene achtbare zijde, ') hoewel niet krachtig genoeg, tegen is geprotesteerd." -')

') Dit ziet op het adres der Classis van Amsterdam; zie terug hl. 79 en 80.

2) Een Woord van Ernst en Liefde van eeniye Hervormde Leeraren, lil. 7—8, onderteekend door de Commissie van redactie: D. Molenaar, G. Barger, J. J. v. Toorexenbergen.

Sluiten