Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch, afgescheiden van dat kerkgenootschap, werd hun nog geen rust gegund, en begon de Overheid tegen hen op te treden op eene wijze, welke den naam van „geloofsvervolging" ten volle verdiende.

Niet lang bleef Groen lijdelijk toeschouwer van deze feiten; in Df. Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsregt getoetst ') keurde hij het onrecht, dat zijnen geloofsgenooten geschiedde, af, doch dit sloot geen goedkeuring der Afscheiding zelve in zich. -) Dat hij gegronde reden had zich niet bij de Afgescheidenen te voegen zal in het vervolg van dit hoofdstuk blijken.

In de eerste plaats hebben wij thans na te gaan, welke reden de Afgescheidenen hadden hunne Kerk te verlaten, en vervolgens te zien, welke maatregelen door het Kerkbestuur, en, op zijn verzoek: door de Regeering, tegen hen werden genomen.

Hoe grievend ook de bemoeiing van den Staat met de zaken der Hervormde Kerk was, zou dit nog te dragen zijn geweest, daar hare geloofsleer onaangetast was gebleven. Bij de invoering der nieuwe organisatie was het uitdrukkelijk uitgesproken, dat „de Koning geene vrijheid heeft om over leerstellingen te oordeelen, veelmin om veranderingen daarin te provoceren." :i)

l) Verschenen in 1837: in hetzelfde jaar kwamen nog een 2e en een 3e druk. In de Verspreide Geschriften werd het herdrukt, terwijl het in 1JKJ3 opnieuw werd uitgegeven en met aanteekeningen vermeerderd, door Mr. G. J. Grashuis.

Ned., no. '20: „Afkeuring van het onregt dat den Afgescheidenen geschied is, moet niet met eene goedkeuring der afscheiding worden verward."

3) Zie terug hfst. III, De Organisatie van de Herv. Kerk, bl. 77.

Sluiten