Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en billijkheid" voorstond. Alle geloovige Christenen, hetzij Protestant of Hooinsch, hadden gelijk belang zich rte verdedigen tegen de radicale theorien van den tegenwoordigen tijd, tegen de suprematie van den Staat," ') waardoor „het regt van elke Gezindheid bedreigd werd." '-) Hij achtte een gezamenlijk optrekken tegen die revolutionaire suprematie mogelijk, mits van hem en de zijnen rgeen verzaking van eigen geloof en geen prijs geven van eigen regt zou worden gevergd." :i) Van Roomsche zijde werd ook gezegd: „dat de Katholieken, wel verre van zich in eenige partijschap te laten opnemen, zelfstandig moeten blijven." ') Groen zeide, dat dit ook steeds zijne hoofdgedachte was geweest; „wij verlangen geen fractie of dienares te zijn van eenigerlei rigting..." „Bij ons.... is, voor de mogelijkheid van zamenwerking, zeljstanilifiheid de conditio sine i/uri non." ■')

Zooveel hechtte hij aan eene „goede verstandhouding van Gereformeerden en Roomschgezinden," dat hij deze „op staatsburgerlijk terrein. .... voor Nederland onmisbaar . . . .' *>) noemde. Deze zoozeer gewenschte eendracht met anti-liberale Roomschgezinden was, zoo men uitging van de Christelijk-nationale beginselen, mogelijk; zij was

'i Adv. II, hl. 293.

Ned., no. 8(37.

"I Narede van Vijfjarigen Strijd, bl. 25.

'I I it <le Tijd. X. II. C'. van 21 Juli 1868; geciteerd op hl. 60 van: Heimoeki.ee en I"i.tramoxtaansche Kritiek II, 2e druk, 1868. ') Heii.igeri.ee en/.., bl. «o, 61.

"> „ 1)1. 71.

Sluiten