Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reeds in 180.'? eene nieuwe wet. Deze kende „enkel openbaar onderwijs," zeker de reden, dat zij door Groen „onuitvoerlijk" ') wordt genoemd. In 1800 werd ook deze wet door eene nieuwe vervangen, die liet bijna vijftig jaren langer uithield dan hare voorgangsters, waar eerst in 1<S57. onder het ministerie van der Brugghen, eene andere schoolwet tot stand kwam. Daar binnen dat vijftigjarig tijdperk een groot deel van Groen's optreden in het publieke en politieke leven valt. ligt het voor de hand, dat de wet van 1800 herhaaldelijk door hem is besproken; wij zullen thans nog zien, welke beginselen daarin waren belichaamd, en wat Groen daartegenover plaatste.

Meermalen erkende Groen, dat er veel goeds in de schoolwet van 1800 was te vinden, en dat zij „vergelijkenderwijs en voor dien tijd, heilzaam" kon worden genoemd. Dat hij evenwel nog vaker als haar bestrijder optrad, lag niet zoo zeer aan de bepalingen der wet als aan „de strekking der theorie, waarvan zij in bet Schoolwezen een vorm is."

Hij prees de verbetering der leermethode en alles wat Schimmelpenninck en van der Palm door haar in het algemeen voor het onderwijs hadden gedaan. Hij uitte zijne ingenomenheid met de rchrMt'Hjh-zedelijke strek-

') Handb. der Gesch., hl. <>89; „.... de wet van 1803 die zich van het geheele onderwijs meester maakte en de onderscheiding tusschen openbare en bijzondere scholen wegliet." Anv. II. hl. 110.

') Aan G. Graaf Schimmelpenninck Over de Vrijheid van Onderwijs, 1848. hl. 34.

Sluiten