Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ééne noodige beschouwd; ... hetgeen ergernis geeft aan den Roomsche, (is) onmisbaar voor den Protestant," terwijl gene als onontbeerlijk begeert, wat deze „voor ondragelijk houdt." Hij achtte het „onmogelijk . .. over de Godsdienst te spreken of te zwijgen, zonder dat men of ééne Gezindheid beleedigt, of allen te gelijk." ')

Het was te begrijpen, dat de Koning, „ gedwongen tot bestendiging en vermenigvuldiging zelfs der bezwaren in het Openbaar Schoolwezen eenige zekerheid" wenschte te verleenen „dat voor de vrijheid van Bijzonder Onderwijs, maar den geest der Grondwet en der Wetgeving, meer ontzag zou betoond worden; " 4)

Daarvoor diende liet bepaalde bij artikel <>, dat „ een

nieuwen, voorzeker niet overbodigen, waarborg verleend(e) tegen de partijdigheid waarmee Gemeentebesturen zich in het autoriseren van zoodanige Scholen weigerachtig hadden betoond." :!)

In sommige gemeenten werd de autorisatie geschonken, in andere tegen den bepaalden wil des Konings geweigerd of eerst geschonken na herhaalde aanvragen en nadat tal van moeielrjkheden waren in den weg gelegd. Burgemeester en Wethouders beslisten, wanneer een vraag om oprichting eener bijzondere school tot hen kwam ot' de bestaande gemengde school niet godsdienstig genoeg was, en derhalve eene bijzondere school niet overbodig moest worden genoemd. Zoo werd „ . . . . ieder Burgemeester met zijne Assessoren .... ter eerster instantie

') Aan Graaf Sciummelpenninck enz., bl. 27.

*1 ji t» »t '» ^1* **4.

■'i Het Regt i>er Herv. Geziniih., bl. 140.

Sluiten