Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het algemeen belang overeenkomt; met bijzonder onderwijs moet gij tevrede zijn. Dit ontken ik. Die vrijheid is ongenoegzaam, zij blijft een privilegie voor meervermogenden. Eerst dan is er vrijheid van onderwijs, wanneer het openbare schoolwezen zich ligt naar de behoefte des volks." ')

Door de Regeering werd in de Memorie van Beantwoording -) op het Verslag over de Begrooting herhaald, dat zij „. . . . het groote beginsel der wet van 1800, de gemengde school," in het algemeen wilde vasthouden. Het werd aldus steeds duidelijker: „het Ministerie is tegen het beginsel waarvoor iedereen dacht dat het opkwam, gekant."

Het bleef echter nog onzeker, welk soort van onderwijs van het Gouvernement was te verwachten. Groen stelde zich voor, dat het zou zijn: „de Christel //A-gemengde volksschool, als regel, zoo dat de uitzonderingen gemakkelijk worden gemaakt." Geen Christelijke volksschool hi muon, waartegen de Minister van Justitie zich steeds, en onder anderen in 1854, had verzet. „Dus de Christelijke volksschool in (Ier tlaud. Maar wat wordt dit? een van beiden: de protextantxche school tegen de Grondwet, of de rationalistische school evenzeer tegen de Grondwet; een systeem, waartegen de Roomschen, en Protestantschen als wij, zich jaren achtereen, als tegen

'I Anv. II, 1»1. 182; zie ook: Handd. v. d. Tweede Kamer der S.-O. 1856 57, 1)1. 52.

-) Bijlagen v. d. Handd. der S.-O. 1856 57, I>1. "278,

') Adv. II, bl. liK).

Sluiten