Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenigen grondslag van ware volksverlichting, noch op do voorwaarde van volkszegen, mag worden gelet; . . . ." ')

Toen hij in 1 «S<>2 in de Kamer terugkeerde, had hij de „godsdiensteloosheid" van den Staat aanvaard. „Als een noodzakelijk kwaad. Uit vrees voor erger." -') Hij berustte „ in den gegeven toestand van een niet-

ehristelijken, maar evenmin anti-christelijken Staat; in een openbare school, waarin niets dat christelijk ix. mag worden geduld, maar ook het anti-christelijke (met dubbele zorg wanneer het christelijk hort) moet worden geweerd." :')

Het spreekt van zeil' dat deze staatsrechtelijke beschouwing ') van invloed was op zijne geheele houding inzake het schoolwezen. De facultatieve splitsing, tot 1857 nog door hem begeerd, liet hij voortaan varen. ') Ook was hij nu voor eene omgekeerde verhouding van openbaar en bijzonder onderwijs. Aan de neutrale school kwant nu -geen voorrang" meer toe; zij was „ . . . een noodzakelijk kwaad dat, in het welbegrepen belang ook van den Staat, zooveel doenlijk, overtollig moet worden gemaakt."' ) Hetgeen hij thans wenschte was eerlijke

') opkn 1ibief aan de klezersvereen. nederland en oranje te Leiden, Aug. 1857, hl. 7, waarin Groen de reden van zijne ontslagname motiveerde.

') ned. ged. i, bl. 28.

'I Vrijheid van Christ.-Nation. Onderwijs enz., hl. 4.

') Zie lifst. VII De Verhouding van Staat en Kerk.

') Over liet weder aan de orde stellen van de facultatieve splitsing door Groen in zijn laatste levensjaar zie men hfst. VIII: Toepassing van Groen's beschouwingen voor onzen tijd, hl. 27i> en 284.

") Wat dunkt u van het voorstel De Brauw? 18t>7,1, hl. 2, :i.

Sluiten