Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de opvatting nog niet, en derhalve erkende hij ook, dat er voor die wetsherziening „geen de minste kans was."

Welke herziening van de Grondwet werd door Groen aanbevolen? Alleen: -wegneming der elleiiditje zinmêe, handhaving der vrijheid ran onderwijl, als hetjimel: het doen wegvallen van een in 1848, door hut drijven eener overmagtige partij, ingelaschten volzin; . . . Vooral niet streven naar het invlechten van een eigen systeem in de Grondwet. „Ken Grondwet verkondigt beginsels. De modus ipio der toepassing is van latere zorg en . . . mag niet worden gepraejudicieerd. De gewone wetgever moet rrij zijn. Thans is hij gebonden door het normaal geworden misbruik der ellendige zinsnee." ')

Toen Thorbeckf. in 1852 uitsprak, dat het de taak der Regeering niet is oni te onderwijzen, ') verlangde Groen deze „(tbdiratioH de VKtnt nog niet." ') In dien tijd ging hij nog uit „van het in Frankrijk, in België, in Engeland, in Pruissen, van het bijkans overal aangenomen beginsel eener zamenwerking van Kerk en Staat." ') De

'I Ned. Ged. IV, bl. 242, 243.

'') „Hot onderwijzen is geene taak van regering. De Regering moet alleen voor een publiek onderwijs zorgen, omdat de bijzondere personen gemeenlijk tekort schieten." Haiidd. v. d. Tweede Kamer der S.-G. 1*52/53, bl. lSit', zitting van 24 Nov. 1862.

•) Adv. II, bl. 281*, noot.

') Parlem. Stiid. en Schets. II, bl. 373. In een noot citeert (i roen het volgende uit „het verkiezingsprogram van het Dagblad van 's-Gravenhage in Mei 18<>4. waaraan men ook in Mei 18(Hi getrouw was": „Van alle beschaafde landen is ons land het eenige, waar het godsdienstig clement van het openbaar lager onderwijs is uitgesloten, ofschoon het noodzakelijk wordt geacht door allen, die over opvoeding en onderwijs ernstig hebben nagedacht."

Sluiten